De schreeuw van de clitoris

De schreeuw van de clitoris trekt gelukkig niet zo’n afgrijselijk gezicht als het schilderij van Munch, ze vraagt gewoon om oprechte aandacht.

Spelenderwijs nemen de jongens hun piemel in de hand en nog voor ze in de puberteit komen, organiseren ze ‘om ter verst plassen’. En de meisjes, tja het ligt verdoken onder het eerste ontluikende schaamhaar.

In de praktijkruimte: een koppel heeft nogal wat onenigheid over het al of niet hebben van veel ervaring op seksueel vlak.  De man is eerder een dilettant en geeft toe dat zijn vrouw meer op de hoogte is van hoe het moet tussen de lakens (of op de keukentafel).  Je zou er zowat pleinvrees door krijgen, want geef toe, het presteren … Als hij niet ‘stijf’ genoeg is en blijft?  Het zaadje van probleemseks is geplant, zeker als er weinig begrip komt voor een falende penis.

De discussie sputtert en wordt vrij zinloos, want hoe meet je ervaring en kundigheid op seksvlak? Ik vraag het koppel om zo goed mogelijk een clitoris te tekenen.

De vrouw tekent een bolletje en heeft moeite om het plasgaatje te positioneren tegenover het poepgaatje. Ik zie drie bollekes. De man geeft een meer genuanceerde tekening.  Ik laat hen een korte voorlichtingsfilm van de Universiteit van Vlaanderen bekijken over de verborgen clitoris.  De zo spraakvaardige vrouw krijgt rode kaken en bekent dat ze helemaal geen idee had. ‘Misschien kunnen we vanaf nu herbeginnen en voorzichtig mekaar exploreren’, vraagt ze?

Er zijn lichaamsdelen met een cv.

De lever ontgift.

Het hart pompt.

De longen ademen.

De clitoris doet … plezier.

Dat is biologisch gezien al vrij spectaculair. In een wereld waarin alles nuttig moet zijn, efficiënt moet werken en vooral iets moet opleveren, is de clitoris het anarchistische orgaan van het lichaam. Ze levert geen baby’s af, ze filtert niets, ze verteert niets. Ze organiseert feestjes.

Een ‘Antarctische’ bouwconstructie als het ware, die zich inwendig vertakt in zwellichamen, ze spreidt zich als armen rond de vagina en deint uit tot de dijen. Ze groeit bij opwinding tot tien à twaalf centimeter en telt achtduizend zenuwuiteinden, zowat het dubbele aantal van de penis. Er ligt hier dus bijzonder veel potentie klaar voor het liefdesspel.

Dat de clitoris lange tijd onderbelicht bleef in medische boeken en kunstgeschiedenis, zegt meer over culturele prioriteiten dan over anatomie.

Pas in 1998 werd ze via medische beeldvorming door uroloog Helen O’Connell getoond. Nochtans herontdekte de Italiaanse anatoom en chirurg Colombo de clitoris in de 16de eeuw en beschreef het als een mooi ontwerp. In het onderwijs ontbrak een volledige weergave tot 2017.

Misschien is dat precies de kern: de clitoris confronteert ons niet met voortplanting, maar met plezier. En plezier, zeker vrouwelijk plezier, is historisch gezien iets waar samenlevingen zich graag mee bemoeiden.

Vanuit seksuologisch perspectief is de clitoris een toegangspoort tot autonomie.

Het direct of indirect stimuleren van dit fabelachtig en zeer goed geïnnerveerd orgaan leidt tot genot.  Dat is geen mysterie, dat is neurofysiologie.

De clitoris vraagt eigenlijk maar twee dingen: aandacht en nieuwsgierigheid. Misschien is dat haar meest radicale eigenschap. Niet dat ze genot kan geven — maar dat ze ons eraan herinnert dat genot aandacht verdient. En dat is, biologisch gezien, een vrij briljant ontwerp.

Foto: The Glitoris van Alli Sebastian Wolf, 2017. Deze enorme gouden glitoris is een ode aan de vrouwelijke anatomie: door de clitoris monumentaal en zichtbaar te maken, wordt een eeuwenlange onzichtbaarheid letterlijk omgekeerd. De clitoris is dus geen detail, geen voetnoot, geen bijzaak. Ze is eerder een subtiel bewijs dat het menselijk lichaam niet alleen functioneel, maar ook sensueel en complex is.

Lees dit artikel in De Geus (ed. 04/2026)